U bent hier

Betaalbaar cohousen, het kan!

Cohousing wordt soms gezien als de woonvorm voor de “happy few” – wat prijsgewijs in de realiteit vaak klopt. Hoe houd je zo’n woonproject betaalbaar? En hoe zorg je voor diversiteit? Joost Callebaut en Mia Vranken, initiatiefnemers van De Okelaar in Wolvertem (Meise) vertellen het aan Samenhuizen vzw.

Waarom zijn jullie dit initiatief gestart?

Mia: “Wij zijn elkaar pas op latere leeftijd tegengekomen en ontdekten dat we vroeger allebei erg graag in gemeenschapshuizen gewoond hadden. Vanaf 2008 zijn we beginnen zoeken naar een site voor een samenhuisproject, in 2011 vonden we die: het vroegere klooster en de school van Wolvertem. Die waren al twintig jaar niet meer in gebruik, terwijl ze vroeger de sociale kern van het dorp vormden. Dat willen we doen herleven.” 

Wat is er zo bijzonder aan De Okelaar?

Mia: "De diversiteit van dit project. Omdat wij als initiatiefnemers twee vijftigers zijn, trokken we bijna vanzelf andere vijftigers aan. Na lang zoeken zijn we er toch in geslaagd om een mix van leeftijden te bekomen. Bovendien zal een drietal woningen verhuurd worden via het sociaal verhuurkantoor. Daarnaast komt er ook een zorgwoning, voor drie senioren-huurders die er kunnen samenleven.”

Hoe houden jullie de kosten onder controle?

Joost: "Wij zijn het meest betaalbare cohousingproject van Vlaanderen. De woningen zijn privé-eigendom, de gemeenschappelijke ruimtes zijn eigendom van een coöperatie met sociaal oogmerk, De Okelaar cvba-so. Via de coöperatieve zoeken we investeerders, zowel externe als interne. Zo financieren we de renovatiewerken van bijvoorbeeld het gemeenschappelijke paviljoen.” 

“Ook geeft onze keuze om huren en sociaal huren mogelijk te maken geeft automatisch ruimte aan mensen die te oud zijn of te weinig middelen hebben om zelf een cohousingproject te starten. Daarnaast proberen we zo goedkoop mogelijk te bouwen, waardoor meer mensen de kans krijgen om in te stappen. De goedkoopste unit kostte 110.000 euro.”

Hoe zien jullie de toekomst?

Joost: “Het kan nog alle kanten uit. We bouwen een infrastructuur uit die veel mogelijk maakt, sociale ontmoetingen en initiatieven. De gemeenschappelijke ruimte bijvoorbeeld, we hopen dat er een biologische fairtradewinkel en een wascafé in komen – maar dat kan ook iets anders worden, zolang het maar past in ons concept.”

Mia: “We zouden graag ooit via crowdfunding een bakhuis willen aanleggen in onze tuin voor de buurt. Ook willen we de lokale biodiversiteit bevorderen door in onze binnentuin enkel planten van hier te planten.”

Hebben jullie nog goede raad voor andere opstartende samenhuisprojecten?

Joost: “Heb geduld en neem de tijd – samenhuisprojecten vragen veel werk. Vertrouw op je eigen capaciteiten en die van de groep, en denk positief.” 

Mia: “Je hebt ook een zekere durf nodig om eraan te beginnen. Het opstarten van een project is geen geëffend pad, je zult altijd bepaalde risico’s moeten nemen. Maar als je ervoor gaat, is er zoveel mogelijk.” 

 

Gebaseerd op een artikel van Samenhuizen

Wij werken aan een kwaliteitsvolle, groene leefomgeving

Je kunt te voet je boodschappen gaan doen. Je kinderen hoppen ’s morgens op de fiets om veilig naar school te rijden. Je komt zonder stress aan op je werk, want onze steden en gemeenten zijn zodanig ingericht dat we veel minder auto's nodig hebben en files enkel een vage herinnering zijn. Dat is de ruimtelijke ordening van de toekomst: we leven dichter bij elkaar in groene, gezellige wijken met samentuinen en groen speelweefsel. Wonen, werken en winkelen gebeurt allemaal in het centrum van onze steden en gemeenten. Die zijn makkelijk te bereiken met fiets, trein en bus. Extra woningen die nodig zijn bouwen we zoveel mogelijk bij in de kernen. Zo beperken we de nood aan verplaatsingen en blijft er ruimte voor echte natuur en duurzame landbouw in Vlaanderen.